Hans Erich Nossack | Het onmogelijke bewijs

april 2021
ISBN 9789492068590 NUR 302
€ 20,00 | 224 pag.
Paperback met flappen
Vertaald door Ronald Vlek

Het onmogelijke bewijs is een roman in de vorm van een transcriptie van een moordzaak. Tijdens het proces probeert de verdachte in het reine te komen met zichzelf en de schijnbare verdwijning van zijn vrouw.

De rechter voegt zich bij de aanklager tijdens het voeren van het verhoor, en hoewel de verdachte wil meewerken, wordt hij steeds verkeerd begrepen en maakt hij voortdurend ruzie met het Hof. Maar door zijn getuigenis wordt de waarheid over zijn zevenjarig huwelijk geleidelijk onthuld. Ondanks de uiterlijke kenmerken van burgerlijke respectabiliteit, is zijn leven in feite een schijnvertoning geweest die gepaard ging met de constante angst voor ‘het ergste’.
‘Voor de dood?’ vraagt de aanklager.
‘Nee, voor het leven,’ antwoordt de verdachte.

Zoals in al het werk van Nossack, zijn de basisthema’s in Het onmogelijke bewijs het ondraaglijke besef van de mens van de voorlopige aard van het bestaan en de noodzaak van moed in het licht van zijn ultieme eenzaamheid.


Hans Erich Nossack (1901-1977) was een Duitse schrijver en vertaler. Zijn roman Het onmogelijke bewijs wordt gezien als een van de grootste prozastukken die de Duitse naoorlogse literatuur heeft voortgebracht. Zijn werk werd verboden door het nazi-regime.

Door Jean-Paul Sartre geprezen als een van de grote Duitse existentialistische roman-schrijvers, wordt Nossack in zijn tijd beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers in Europa.


RECENSIES
Het boek is nog maar net verschenen (en werd niet eerder vertaald) dus het is nog te vroeg om al een recensie te verwachten. Maar in 1960 werden Duitse romans nog gewoon in het Duits gelezen en gerecenseerd, zoals hier in het Algemeen Handelsblad van 24 juni 1960:

‘Om een indruk te geven van de merkwaardige sfeer van zijn nieuwe verhaal, kan men het beste de eerste regels uit het boek citeren (…) En daar mee begint het grandioze gevecht van de verdachte tegen de president en de officier van justitie. De verdachte weet voor het gerecht een discussie te ontketenen, die hem brengt tot een kritisch zelfonderzoek. Het briljante spel van vraag en antwoord leidt tot een beschouwing over ‘t probleem van de menselijke „zelfvervreemding” in het tijdperk van de onpersoonlijk geworden mens. De verdachte vindt het niet belangrijk of men hem al dan niet schuldig verklaart. Een spits duel in woorden ontstaat, een discussie, die op een grillige parodie lijkt: de fantasie van de verdachte komt telkens in botsing met de juridische taal van de ambtenaren. Waarover de raadselachtige verdachte ook spreekt, de rechter gedreven door een voortdurende achterdocht, is steeds op zoek naar ,,verdachtigen Momenten”. ..Haben Sie oft solche Traume wie den mit dem Schnee? vraagt de officier. „Es war kein Traum, es war ein Erlebnis” zegt de verdachte. Woorden, die de contrastwerking van de gesprekken tussen personen uit twee volkomen verschillende werelden accentueren. De verteltrant van de auteur is uiterst subtiel.’

Een subtiele roman over de strijd van het individu tegen een absurd en onbegrijpelijk justitieel apparaat? Horen we daar Kafka? Camus? Dostojevski? Nee, het is Nossack!