Jean-Baptiste Andrea | Honderd miljoen jaar en een dag

Een paleontologische expeditie midden in de bergen. Na het succes van Mijn koningin (Oevers, 2018) treedt Jean-Baptiste Andrea met zijn adembenemende tweede roman in de voetsporen van de grote natuurschrijvers.

In 1954 roept Stan, een paleontoloog die binnenkort met pensioen gaat, in een afgelegen bergdorp tussen Frankrijk en Italië zijn vrienden Umberto en Peter op, die hij voorstelt zich bij hem te voegen om de droom te realiseren die hem van kinds af aan obsedeert: het vinden van het skelet van een veronderstelde dinosaurus bevroren in het ijs.

Tijdens de beklimming blijkt de aanvankelijke zoektocht – die bij aanvang wetenschappelijk was – na verloop van tijd breder te zijn dan dat. Want de terugkeer naar de natuur, de ervaring van kou, inspanning en eenzaamheid, is ook een kans om in de oorsprong van de mensheid te duiken; die van de waanzin en de kindertijd.

‘Met zijn cinematografische blik en poëtische pen vervoert hij ons naar zijn berg en laat ons een avontuur beleven dat even magisch als wreed is.’
Le Figaro Littéraire

Jean-Baptiste Andrea (Cannes, 1971) was regisseur en scenarioschrijver, voordat hij begon aan zijn eerste roman Mijn koningin. Het was onmiddellijk succesvol: twaalf literaire prijzen waaronder de Femina des lycéens en de Prix du Premier Roman. Zijn tweede roman, Honderd miljoen jaar en een dag, bevestigde deze enthousiaste ontvangst van lezers.